1 Samuël 14:23-35

Terug

Bijbeltekst van de dag (50)
07-03-2026 1 Samuël 14:23-35
06-03-2026 Psaalm 25
05-03-2026 1 Samuël 14:16-23a
04-03-2026 1 Samuël 14:4-15
03-03-2026 1 Samuël 13:15-14:3
02-03-2026 1 Samuël 13:1-15a
01-03-2026 1 Samuël 12:12-25
28-02-2026 1 Samuël 11:14-12:11
27-02-2026 1 Samuël 11:1-13
26-02-2026 1 Samuël 10 : 17-27
25-02-2026 Braif aan Romaainen 06 :15-23
24-02-2026 Braif aan Romaainen 06 :1-14
23-02-2026 Braif aan Romaainen 05 :12-21
22-02-2026 Braif aan Romaainen 05 :1-11
21-02-2026 t Evengelie volgens Matteüs 07 :15-8 :1
20-02-2026 t Evengelie volgens Matteüs 07 :1-14
19-02-2026 t Evengelie volgens Matteüs 06 :19-34
18-02-2026 t Evengelie volgens Matteüs 06 :1-18
17-02-2026 Psaalm 103
16-02-2026 1 Samuël 9 : 26-10:16
15-02-2026 1 Samuël 9 :11-25
14-02-2026 ! Samuël 9 : 1-10
13-02-2026 1 Samuël 8:10-22
12-02-2026 1 Samuël 8 : 1-9
11-02-2026 Jesaja 43:14-21
10-02-2026 Jesaja 43:1-13
09-02-2026 Jesaja 42:14-25
08-02-2026 Jesaja 42:1-13
07-02-2026 Jesaja 41:21-29
06-02-2026 Jesaja 41:17-20
05-02-2026 Jesaja 41:1-16
04-02-2026 t Evengelie volgens Matteüs 5: 33-48
03-02-2026 t Evengelie volgens Matteüs 5: 21-32
02-02-2026 t Evengelie volgens Matteüs 5: 13-20
01-02-2026 t Evengelie volgens Matteüs 5: 1-12
31-01-2026 Spreuken 7 : 1-27
30-01-2026 Spreuken 6 : 20-35
29-01-2026 Spreuken 6 : 12-19
28-01-2026 Spreuken 6 :1-11
27-01-2026 Spreuken 5 : 15-23
26-01-2026 Spreuken 5 :1-14
25-01-2026 Psaalm139
24-01-2026 Spreuken 4:10-27
23-01-2026 Spreuken 4:1-9
22-01-2026 Spreuken 3:21-35
21-01-2026 Spreuken 3 :1-20
20-01-2026 Braif aan Romaainen 4 : 13-25
19-01-2026 Braif aan Romaainen 4 : 1-12
18-01-2026 Psaalm 66
17-01-2026 Braif aan Romaainen 3 :21-31

Bijbeltekst van de dag (50)
07-03-2026 1 Samuël 14:23-35
06-03-2026 Psaalm 25
05-03-2026 1 Samuël 14:16-23a
04-03-2026 1 Samuël 14:4-15
03-03-2026 1 Samuël 13:15-14:3
02-03-2026 1 Samuël 13:1-15a
01-03-2026 1 Samuël 12:12-25
28-02-2026 1 Samuël 11:14-12:11
27-02-2026 1 Samuël 11:1-13
26-02-2026 1 Samuël 10 : 17-27
25-02-2026 Braif aan Romaainen 06 :15-23
24-02-2026 Braif aan Romaainen 06 :1-14
23-02-2026 Braif aan Romaainen 05 :12-21
22-02-2026 Braif aan Romaainen 05 :1-11
21-02-2026 t Evengelie volgens Matteüs 07 :15-8 :1
20-02-2026 t Evengelie volgens Matteüs 07 :1-14
19-02-2026 t Evengelie volgens Matteüs 06 :19-34
18-02-2026 t Evengelie volgens Matteüs 06 :1-18
17-02-2026 Psaalm 103
16-02-2026 1 Samuël 9 : 26-10:16
15-02-2026 1 Samuël 9 :11-25
14-02-2026 ! Samuël 9 : 1-10
13-02-2026 1 Samuël 8:10-22
12-02-2026 1 Samuël 8 : 1-9
11-02-2026 Jesaja 43:14-21
10-02-2026 Jesaja 43:1-13
09-02-2026 Jesaja 42:14-25
08-02-2026 Jesaja 42:1-13
07-02-2026 Jesaja 41:21-29
06-02-2026 Jesaja 41:17-20
05-02-2026 Jesaja 41:1-16
04-02-2026 t Evengelie volgens Matteüs 5: 33-48
03-02-2026 t Evengelie volgens Matteüs 5: 21-32
02-02-2026 t Evengelie volgens Matteüs 5: 13-20
01-02-2026 t Evengelie volgens Matteüs 5: 1-12
31-01-2026 Spreuken 7 : 1-27
30-01-2026 Spreuken 6 : 20-35
29-01-2026 Spreuken 6 : 12-19
28-01-2026 Spreuken 6 :1-11
27-01-2026 Spreuken 5 : 15-23
26-01-2026 Spreuken 5 :1-14
25-01-2026 Psaalm139
24-01-2026 Spreuken 4:10-27
23-01-2026 Spreuken 4:1-9
22-01-2026 Spreuken 3:21-35
21-01-2026 Spreuken 3 :1-20
20-01-2026 Braif aan Romaainen 4 : 13-25
19-01-2026 Braif aan Romaainen 4 : 1-12
18-01-2026 Psaalm 66
17-01-2026 Braif aan Romaainen 3 :21-31

23 Zo verlöste de HEER dij dag Israël.
Stried strekte zok oet tot verbie Bet-Awen.
24 Dou manlu van Israël dij dag bedraaigd werden, haar Saul t volk n aid sweren loaten: “Vervlökt is dij man, dij et veurdat t oavend is en veurdat ik mie vroken heb op mien vijanden.” Doarom at gainain van t volk.
25 t Haile volk kwam bie n bos en op t veld doar was hunneg.
26 Mor gainain at der van, want zai wazzen baang om heur aid.
27 Jonatan haar nait heurd dat zien voader t volk sweren loaten haar. Hai stook stòk dij e in haand haar oet en stipte punt in n hunnegroat en at t op. Dou keek e weer helder oet zien ogen.
28 Ain oet t volk zee tegen hom: “Joen voader het t haile volk dudelk sweren loaten: ‘Vervlökt is hai, dij vandoag et.’ Doarom is t volk schoon aan t èn.”
29 “Mien voader het onhaail over t laand brocht,” zee Jonatan, “kiek mor ais hou helder of ik oetkiek nou k mor n slik hunneg pruifd heb.
30 t Haar beter west dat t volk vandoag vrij west haar om te eten wat of ze op heur vijanden veroverd hebben. Want nou is t verlus onder Filistijnen nait groot.”

31 Zai versluigen dij dag Filistijnen van Michmas tou Ajjalon, al was t volk ook schoon aan t èn.
32 Dou vuilen ze aan op wat of ze zok touaigend haren. Ze nammen schoapen en bokken, koien en kaalver, en slachtten dij op grond. En t volk at t mit bloud en aal.
33 Dou zeden ze tegen Saul: “t Volk zundegt tegen de HEER deur t vlaais te eten mit bloud der nog in.” Hai zee: “Ie bezundegen joe. Rol hier votdoalek n dikke vlint heer, noar mie tou.
34 Goa bie t volk langs en zeg tegen heur: ‘Elk mout zien kou of schoap bie mie brengen. Slacht t hier, den kin ie eten. Mor zundeg nait tegen de HEER deur t mit bloud der nog in te eten.” Elkenain van t volk brochde dij naacht zien kou, en dij slachtten ze doar.
35 Saul baauwde n altoar veur de HEER. Dit was t eerste altoar dat e veur de HEER baauwde.

Scroll naar boven